Terug naar gedichten

Wolter

Wolter

Hier zit ik dan midden in de stad
alleen met mijn kat

Zoveel mensen om me heen En toch voel ik me alleen.
Niemand kan mij begrijpen, Ben ik aan het rijpen.
Zoveel mee gemaakt En nog geen eigen haard.
Verlang naar liefde en geborgenheid
Om me heen en toch vind ik er geen.

Wie ben ik en wat wil ik? Zelfs dar weet ik niet, tot mijn schrik.
Moeder jong gestorven daar was ik geborgen in liefde en aandacht, alles kwijt.
Wat heb ik gedaan zo jong en pril.
Ik stond bij niemand in het krijt en toch alles kwijt.

Mijn vader was verstrooid nam mij mee,kleine jongen,kwetsbaar.
Een man met weinig vertand liet mij weten, je bent mij niet dierbaar.
Liefde en geborgenheid, alles kwijt.

Nu 33jaar, een mens met een wens.
En val ik door de mand ik rijk mezelf de hand
En ga door tot mijn wens.
Op weg naar mijn wens, ben ik een rijk mens, kwelling en verdriet weerhouden me niet.
De wereld mag het weten wie ik ben wolter is mijn naam.
En die hoor ik van hen.
Vrij en blij is de omgang en niemand is bang.

Ik zie nu:
Mensen jong en oud zijn twee dingen kwijt, liefde en geborgenheid, en toch staan ze bij niemand ik het krijt.

Geschreven september 1999
Wolter De Graaf

Wolter

27-06-2004

wolter

Geregistreerd op:
27 juni 2004

Beoordeling

Leden (0):

3.0

Gedichtenlog werkt aan een update, inloggen is daarom niet mogelijk.