Terug naar gedichten
Sloterdijk
Schijnbaar onverstoorbaar
staarde ze in het luchtledige
langs alles en iedereen heen
en niemand zal weten
waar en wanneer
haar blik precies verdween.
Vatbaar voor het onverklaarbare
sloot ze zich volledig van ons af
met wijd geopende ogen
welke alsmaar doffer werden
met elke keer
dat ze ook maar lichtelijk bewogen.
Wij die de dans
ternauwernood zijn ontsprongen
staan zwaar ontdaan
met verwrongen monden
roerloos meegesleurd
in het momentum
van de waanzin
die je teweeg brengt.
Kan niemand een vinger uitsteken
als je er niet meer voor rent,
ongrijpbaar ben je, voor iedereen,
als je reddeloos voorbij voorbij bent.
