Terug naar gedichten

Kracht van de liefde.

Ja, hier zit ik dan.
Om 14.35.
Me dood te vervelen.
Ik wacht.
Ik wacht op een antwoord.
Het antwoord op een vraag.
Een vraag die je hele leven bepaald.
Een vraag die levensbelangrijk is.
Een vraag die alle andere overtreft.
Het is "DE" vraag.
Maar de vraag is: welke vraag?
Het antwoord op die vraag is:
Een raadsel.
Ik wacht op het antwoord.
Het antwoord van een raadsel.
Het raadsel van mijn leven.
Het is als een puzzel.
De puzzel van het leven.
Mijn puzzel.
Met duizend stukjes.
Wat zie ik nou?
Mijn puzzel is niet compleet.
Er ontbreekt een stuk.
Een klein stuk.
Maar de kern van de puzzel.
Dat stuk is onmisbaar.
Zonder dat stuk kan ik niet verder.
Niet verder.
Niet met de puzzel,
Niet met mijn leven.
Ik zoek het stukje.
Ik wacht.
Ik wacht op een antwoord.
Het antwoord dat mij toegang geeft tot het laatste stuk.
De puzzel is bijna klaar.
Ik weet wat me te doen staat.
Ik vraag het.
Dit zal de puzzel afmaken en volledig afsluiten.
Ik luister.
Ik doe mijn ogen dicht.
En verzin woorden die samen een tekst zullen vormen.
De tekst bestaat uit een zin.
In de zin staat een vraag?
Ik wacht.
Ik wacht op het antwoordt van mijn vraag.
En luister aandachtig.
Het is doodstil.
Ik hoor iets vallen.
Het is een metaal voorwerp.
Het stuitert twee keer.
Dan keert de stilte terug.
De stilte is pijnlijk.
Het voelt als een steek in mijn hart.
Mijn hart.
Waar een stuk ontbreekt.
Het is een leeg en eindeloos gat.
Het is het lege stuk van de puzzel.
Als de stilte te lang duurt.
Zegt een sterk gevoel me dat ik het antwoord al weet.
Teleurgesteld denk ik na over wat er kon gebeuren.
Wat er kon gebeuren als het antwoord positief was geweest.
Ik zou heel gelukkig geweest zijn.
Mijn leven zou een betekenis hebben.
Mijn leven zou zinvol zijn.
Mijn zicht wordt slechter.
Ik weet wat er komt.
Ik probeer het tegen te houden.
Maar het is te sterk.
Mijn oog wordt nat.
Er rolt een traan over mijn wang.
De traan voelt aan als een laag zuur dat mijn lichaam vernietigd.
Ik heb pijn.
Niet van de traan.
Van binnen.
Ik loop weg.
Mijn benen beginnen sneller te lopen.
Ik ren.
Ik ren weg van al mijn problemen.
Ik weet niet waar ik heenga.
Opeens stop ik.
Ik weet niet waarom.
Ik voel pijn.
Dit keer van buiten.
Ik ben gevallen.
Ik kijk.
Ik zie mijn been rood worden.
Het is bloed.
De pijn is niks vergeleken bij de pijn van mij hart.
Ik herinner me iets.
Ik heb iets in mijn zak.
Het is een zakmes.
Ik voel met mijn vinger hoe scherp de rand is.
Ik voel de drang.
Alles zit tegen.
Ik wil er vanaf zijn.
Er is niemand.
Ik wil het doen.
Opeens hoor ik een stem.
Het is een hemels geluid.
Het is mooier dan de zang van de mooiste nachtegaal.
Mooier dan de zon die ondergaat in de zee.
Ik kan niks bedenken.
Niks dat mooier is dan het geluid dat ik hoor.
Ik vergeet alles.
De pijn, de puzzel alles.
Je bent bij me.
Je bent bezorgd.
Ik hoor je stem vragen wat er is gebeurd.
Maar ik ben te verdoofd om te antwoorden.
Ik doe mijn ogen dicht.
Ik zie een vaag beeld.
Ik ren.
Door een donker gang.
Ik ren naar een klein lichtpuntje aan het einde van de weg.
Is dit een droom.
Ik voel me duizelig.
En wat licht in mijn hoofd.
Ik hoor een luid gepiep.
Het komt van een machine.
Ik voel dat ik wakker moet worden.
Maar het lukt niet.
Hou vol!
Hoor ik roepen.
Het is dezelfde stem als daarvoor.
Ik voel kracht.
Het is erg groot.
Ik voel me stevig.
Ik ben niet meer duizelig.
Ik heb de kracht om op te staan.
Ik krijg een tweede kans.
Het gepiep van de machine dallt neer tot een lange piep.
Ik denk dat het te laat is.
Maar ik voel nog steeds de kracht.
Het is gek.
Maar ik voel nog steeds wat er op aarde met me gebeurd.
Ik voel een traan.
Maar niet van mij.
Hij voelt niet als zuur.
Hij voelt als een stukje hemel.
Ik voel de zachte lippen.
Tegen mijn lippen.
De machine piept nog steeds aan ??n stuk door.
Maar zij gelooft in me.
Ik kan haar niet teleurstellen.
Ik doe mijn ogen open.
En zie dat ze me zoent.
Je merkt mijn aanwezigheid.
De aanwezigheid van je geest.
Je heft je hoofd op.
En kijkt recht in mijn ogen.
"Sorry."
Hoor ik je zeggen.
Het is weer stil.
Maar woorden heb ik niet meer nodig.
Ik voel me gelukkig.
Mijn puzzel is af.
Mijn hart vol.
En mijn ziel is totaal van jou.
Op dat moment wou ik je alles geven.
Maar ik kan me niet bewegen.
Mijn lichaam wil niet.
Ik ben moe.
Ik ga slapen.
Maar ik weet dat ik dit keer weer wakker word.
Maar als een ander man.
Een gelukkig man.
Ik ben verlieft.
Zij ook.
Ik word weer wakker.
En ben wat meer op krachten.
Ik probeer op te staan.
Na een tijdje lukt het.
Ik zoek.
Ik zoek naar het meisje.
Het meisje dat mijn hart in vuur en vlam heeft gezet.
Ik weet waar ze is.
Iets zegt me dat gewoon.
Ik ga weg uit de kamer.
Weg uit het gebouw.
Ik ga naar de plaats waar ik het haar het eerst vroeg.
Ik ben er.
Ik zie haar.
Ik kijk naar de grond.
En zie het metalen voorwerp.
Ik pak het op.
Ik leg het in mijn hand.
En zak door mijn knie?n.
Ik vraag mijn vraag.
"Wil je met me trouwen?"
Terwijl ik de ring in mijn hand houd.
Wacht ik.
Op het antwoord.
Ik hoor een lachend en tevreden "Ja".
Ik ben een man.
Een man met een leven.
Een leven als een puzzel.
De puzzel is compleet.
Ik ben klaar.
God, bedankt.

Soul Seeking Freedom

18-04-2004

Soul Seeking Freedom

Geregistreerd op:
18 april 2004

Beoordeling

Leden (3):

10.0

Gedichtenlog werkt aan een update, inloggen is daarom niet mogelijk.