Terug naar gedichten

Wie kent nog die man met zoveel neuzen

Wie kent nog die man met zoveel neuzen
Uit die ouderwetse domme leuzen
Gesteld op de laatste dag van het jaar
driehonderd vijf en zestig geen gevaar
Ik knip nu die laatste wel met de schaar

Hebben wij dan elk jaar zoveel keuzen
Om trappisten te drinken als geuzen
In het begin word je het niet gewaar
Maar hoe dieper ik dan het jaar in staar
Hoe dichter men nader bij het nieuwjaar

Vroeger kon men mij bij de neus nemen
Maar het trof mij nimmer tot in de genen
Nu kneuzen ze mij het ganse jaar door
Alsof ik leef doorheen een walm vol chloor
En van eens het komische rest geen spoor

Hoe lief en hoe mooi ze mij ook flemen
Weet ik dat ze met jaloersheid zemen
Over de oudheid en zijn grote gloor
Zij zijn nu nog enkel ??n en al oor
Voor geld en geven liefde geen gehoor

Siro Germon

30-12-2004

Siro Germon

Geregistreerd op:
15 augustus 2004

Beoordeling

Leden (1):

4.0

Gedichtenlog werkt aan een update, inloggen is daarom niet mogelijk.