Terug naar gedichten
De Kletskop
Al in een herberg zat ie,
Al in een hoekje te huilen.
Droogde z?n tranen met een zakdoek,
Die ook diende als kam,
Want op z?n kop zonder haren,
Zag je nu ook nog de bulten.
Wat een neusdoek voor mensenleed
Toch allemaal kan.
Hij droeg een broek,
Met zakken vol gaten.
Was 40 jaar en had nog geen haar.
Hoe kan je met vrienden,
Over geld dan nog praten?
Want in armoe valt de vriendschap,
Steeds zo raar.
