Terug naar gedichten

Black atlantique

likembé’s trillen door de straten van cartagena
maar ik zie ze niet, ik voel ze en hoor ze
als de smaak van zoete ananas
een moord doet het zwarte bloed weer vloeien
in colon is alles globaal, wat je wil en haat
agressieve smoelen, suiri! suiri! wil je stoeien?
de geur van makemba’s hangen boven het archipel
daar breekt weer een golf op de koraalriffen
de wind komt uit alle richtingen, verzacht de hitte op mijn vel
uit de mond van het stier komt alleen nog bloed
kokosolie beschermt je huid tegen een zwarte zon
hoor je de muziek, hoor je de klinkers
hoor je het kaatsen?
het carnaval brengt de bassen terug in je buik
rice & beans, frijoles, gallo pinto …
de mangroven verbergen rustgevende, verdwijnende
schildpadden, krokodillen drijvend in het nat
pasopo! cahuita zit vol verdoving en ellende
daar in het paradijs van de surfer
kraken dreadlocks in’t doffe van slechte coke
dwars door het ondoordringbare cuvette central
je bent nu in zwart nicaragua
de blauwe velden strekken zich langs barbados
tot de fleuve kongo, door woud en savanne
over bergen en woestijnen
tot waar de zwarte oosters sprak
eilanden van tortillas en maiz
vermengen weer een nieuwe taal, een zoete lagune
luister, hoor je nu ook de soukous alles doorheen schudden?
we vliegen steeds meer naar het noorden
passeren cocktail garifuna, foto’s van
het tribale omgeven door plantages
digitale camera’s waggelend op authentieke ritme’s
de blauwe velden tot waar de zwarte indigena werd
peurto barrios is niet meer ver
livingston tot de monding van de stroom
tempels uit hout bewoond door verscheepte farao’s
vernederde maya’s
de champy’s verbergen en beschermen
elke week wordt hier christus geboren
ver van koude oerwouden vol toeristen
alternatievelingen met drugs in hun rugzak
naakt op het strand
van het eiland van vruchtbaarheid
steek het yucatan kanaal nu maar over
we maken de cirkel der orkanen helemaal rond
het grootste eiland is weerbarstig
de suikervelden bedrinken de armoede
carnaval! carnaval! leef terug bij de geesten van afrika
voel candomblé leven in het hart van santeria
parallel lopen de bahama’
ik ruik ze weer, die chinese rijst
rijk, decadent, verbrokkeld, engels en patois
eindelijk in jamaica, pili pili land
scotch bonnet die zo lekker in mijn mond brandt
zweetdruppels vormen zich op mijn neus
hoor je de sound van jah?
ras bezongen als de zoon van ons volk
de koning uit ethiopië, onze messias uit onbekende woestijnen
van ingebeelde voorouders, ver, diep in onafhankelijk afrika
rastafari, heilige selasi laat alleen de zon je haar verbranden
de droom was blond, nu rood, ros haar luchtig over je schouders
voel je de wind erdoorheen?
kijk daar! bejaarden met grijs blauwe ogen
in hun blik begrijpen ze, ogen die alleen nog de oceaan weerkaatsen
laat alles gewoon maar hangen, leef jezelf
uit, laat niemand zeggen wat je bent
volg maar, kijk naar de opening
aller heiligen, voor de oudste hoop
geopend en vermoord, een verwaande zwarte napoleon
geopend voor de leugens in de terreur van de revolutie
mulato tutsi’s die de hutuneger verachten
de prins is dood, de mwami ook
in zijn haven wordt geen handel meer gedreven
hispaniola kan zijn beul niet vergeten
de laatste grote burcht is een poort van rijkdom
nog steeds kristallen in handen van de buitenlander
steeds een ander, jij
nog steeds kijkend naar buiten, gul met al je rijkdom
dan komen de kleintjes
een verbrokkeld dam van het koralenmeer
verbrokkeld in talen en rassen, eilandjes
maar allen zo duidelijk één
hoor je het geluid van de maagdelijkheid
de piepkleine lieve maagdelijkheid?
strekt zich uit tot de drievuldigheid
een kamp van barbaren nog even in volle zee
als laatste uitkijkpost naar waar het allemaal begon
de niger en congo vullen onze grote oceaan
het water stroomt via bahia, cabo verde en de guyanas
op naar de grote cocktail, de cuba libre, het gevecht met de haan
daar draait het rond eilanden en koralen tot het kookt
om dan in orkanen te verworden tot moord
verkrachting en geldroof
plots golft en stroomt het op, recht naar west Azië
continent van het blauwe oog, van misbruikt geloof
institutie en jaarlijks stervend loof
hier waar we uiteindelijk zijn aangekomen
weer over onze wortels dromen
terwijl de sneeuw en ijzige wind onze kleur verdoven
maar het vuur steeds harder doen branden
we blijven dansen en zingen, zelf in de diepste winter hoor je
de drums en de bassen, de lachende melodie
de jungle verwerkt in technologie
stilletjes en eenzaam ontstaan uit snikhete miserie
op zoek naar de bron van onze nijl
lijkt de driehoek van ons bestaan een vlijmscherpe pijl

Sibo

01-02-2006

sibo

Geregistreerd op:
01 februari 2006

Beoordeling

Leden (3):

4.0

Gedichtenlog werkt aan een update, inloggen is daarom niet mogelijk.