Terug naar gedichten
Tegen de stroom in
Ik zag een rivier.
Krachtig, onbedwingbaar.
En besloot,
Er tegenin te zwemmen.
Haar stroming was toch,
Harder dan gedacht.
Een vermoeiend gevecht,
Waarbij alleen,
De sterkste wint.
Drie slagen vooruit,
Weer twee naar achter.
Blijven zwemmen.
Tot ik langzaam,
Héél langzaam,
De overkant zal halen.