Terug naar gedichten
De Wind
Een wind waait,
Met een kracht,
Zo groot.
Op een rand,
Voor dalen,
Zo diep,
Staat zij,
Daar trots en fier.
Zo sterk -
Doch breekbaar als glas,
Is de wil.
De wind slaat toe,
Genadeloos en zeker,
Op een leven,
Zo wankel.
Hij raakt -
Het spel begint.
Net wel,
Net niet,
Het einde dichtbij,
Een val,
Heel snel,
Het stopt -
Ze staat er nog.