Terug naar gedichten

Heer der Morgenwind

Hoog boven rots en zee verheven,
gevormd door hand en weer en wind,
ziet men vanuit de verte zweven
't Slot van Heer der Morgenwind

Zetel van des lands beheerser,
beschermer van het leven al.
Bloed dat met elk verbonden is
en zelfs de dood niet scheiden zal.

Eer zit aan des heersers tafel,
Deugd woont altijd in zijn stee.
Moed volgt hem als lichte schaduw,
Eerlijkheid loopt naast hem mee.

Geen leugen wordt door hem gesproken,
de zwakken sterkt hij met zijn zwaard.
De ouden maakt hij jong met vreugde,
de armen geeft hij elk hun waard.

Elk wezen eert de Hoge Heerser,
zelfs zij die misdaad soms begaan
schikken zich naar ’t nobel oordeel.
Hij kent al en ied’re onderdaan.

Toch, diep in ’t hart der heerschappij
knaagt haat aan zielen, zwart als teer.
Tot zelfs ’t bloed, de band des levens,
verloren is in ’t Donk’re Meer.

Verdwenen is magische nevel.
’t Slot nu slechts kasteel op rots.
Ontdaan van liefde en vertrouwen,
verzwolgen is een ieders trots.

De leugen leeft nu bij de mensen.
Deugd is al sinds lang vergaan.
Moed heeft iedereen verlaten.
Eerlijkheid is slechts nog waan.

De Heer der Morgenwind vergeten
moordt en plundert nu zijn volk.
Het bloed van levensband vergoten,
want Haat heerst nu met zwaard en dolk.

Maar de Hoge Heerser weet
en weent nu om zijn land verloren.
Met hart vol hoop pakt hij zijn zwaard,
vertrekt in ’t stille ochtendgloren.

Door moeras en woud en bergen
trekt hij, op zoek naar bron der Kwaad.
Het Donk’re Meer is zijn bestemming,
zijn lot, misschien zijn laatste daad.

Al wie hem ziet, berouwt de zonden
die ooit in blindheid zijn begaan.
Maar wanneer zijn licht verdwenen is,
valt men weer terug in duist’re waan.

De tijd verstrijkt, zijn naam wordt mythe,
tot volk en land verdronken zijn
in de eenzaamheid van ego
een ieder kent alleen maar pijn

Maar de Morgenwind blijft waaien
en brengt met zich een blijer tijd
zodat geen hoop verloren gaat
maar slechts gepaard zal gaan met spijt

Tot op een dag de Heer zijn lot vindt
bij het kwade Donk’re Meer
Een strijd brandt los, zonder gelijke,
de Morgenwind blaast immerweer.

’t Gevecht lijkt snel beklonken
als de Heer gewond ter aarde zeigt
maar met zijn laatste adem zorgt hij
dat het Meer zijn liefde krijgt.

Woeste golven beuken rotsen
het water rilt van hete pijn
tot Duisternis verdronken is,
verdampt in felle zonneschijn.

Het lichaam van de Hoge Heer
verdwijnt in een hete wolk van as
de Morgenwind omarmt zijn meester
en voert hem langs bos en berg en pas

Uit de as van ’t verloren leven
verrijst nu weer het stralend Slot
Deugd wandelt weer bij de mensen
Eerlijkheid slaat Haat kapot.

Moed leeft weer in het zielevuur
Eer woont in ieder huis
elk wezen weent om ’t offer groot
van de Heer. Elk draagt Zijn kruis.

Het Duister is verslagen nu
door ’t bloed dat allen bindt
en om het zwevend Slot waait zacht
de treurende Morgenwind.

Ptarn

28-01-2006

ptarn

Geregistreerd op:
15 januari 2006

Uit: Spijkenisse

Beoordeling

Leden (3):

6.0

Gedichtenlog werkt aan een update, inloggen is daarom niet mogelijk.