Terug naar gedichten

De rat die at

Een rat kreeg eens een goed idee:
er lag veel voer in de kelder benee.
Zonder verder nog te dralen,
begon hij de trap af te dalen
en in de kelder vond hij eten,
genoeg om zich dik en rond te vreten!
Maar plots riep een vrouw: “Oh gat, oh gat!
Daar zit een vieze, vette rat!”
De rat, zich niet bewust van kwaad,
at verder van wat vogelzaad.
De vrouw viel flauw van zijn gedrag
zodat een dokter de rat toen zag.

De brandweer werd gealarmeerd
en de rat deed nog steeds niets verkeerd.
De brandweerchef besefte later
dat hij niet had moeten roepen “Water!”.
Prompt liep toen de hele kelder vol,
de rat had echter de grootste lol.
Hij zwom, tot ieders verbijstering,
zó de grote woonkamer in,
alwaar hij op de tafel klom
en een hap nam van een zure bom.
De politie werd er bij gehaald,
de stemming was nu echt gedaald.

De vrouw, die wakker was geworden,
begon de rat te bestoken met borden!
De rat benutte een bord dat langs vloog
en belandde in de keuken met een grote boog.
Met een tevreden krul in zijn staart
smikkelde hij daar van een slagroomtaart.
Dit ging te ver voor de politie:
zij laadden hun pistolen met munitie.
Ze schoten de hele keuken aan gort,
maar wie zat er tussen de zooi op een bord?
De rat, grijnzend en ongedeerd,
en nog hadden de mensen hun les niet geleerd.

Het leger werd er snel bijgehaald
(alsof een rat daar wel om maalt).
Een bevel klonk luid van de generaal:
“En nu het huis uit, allemaal!
Ik zal die rat eens laten weten
dat hij niet zomaar MIJN taart op kan eten!”
Een tank rolde brommend naar voren
om zich vervolgens in het huis te boren!
Binnen klonken piepende geluiden
die vast en zeker het einde van de rat in luidden.
De tank vuurde toen één voor één
door het hele huis grote kogels heen.

En nadat de rook was opgetrokken,
keek iedereen toch wel geschrokken.
Onder het puin was de tank begraven
terwijl twee mannen zich naar de generaal begaven.
Hij vroeg of de rat was opgeruimd,
maar het bleek al gauw dat hun taak was verzuimd.
Want boven op de puinhoopberg
zat de rat en hij zoog wat merg
uit een kluifbot van de hond,
die trillend tussen de menigte stond.
De generaal werd nu witheet van woede!
De mensen waren nu op hun hoede.

Al snel belde de boze generaal
naar de luchtmacht met het verhaal.
Die stuurde prompt twee gevechtsvliegtuigen
om die rat eens goed af te tuigen!
De mensen werden de stad uitgezet,
want zo’n straaljager is niet echt nauwgezet.
Ver uit de buurt keken de mensen toe
hoe de vliegtuigen het huis bestookten. En hoe!
Een hele wijk was nu verdwenen,
overal zag je mensen om hun huizen wenen.
En de rat? Die vond het best
dat zijn verstand zo werd getest.

Zolang hij tussendoor maar eten kon
en dus dronk hij nog wat bouillon.
Waarna hij zwaaide met een poot
en op zoek ging naar wit brood.
Dit ging te ver! De generaal
belde de luchtmacht een tweede maal.
Hij eiste nu hun zwaarste geschut.
De dokter riep nog: “Oh gut, oh gut!
Generaal, laat het toch gaan!
Die rat is echt niet uit op uw baan!”
De generaal riep: “Dat weet ik wel!
Maar ik spring nu uit mijn vel!
Hij at mijn taart, hij vernielde een huis,
ik wil hem dood, die overgroeide muis!”

En dus werden de mensen in korte tijd
naar een andere provincie weggeleid.
De luchtmacht stuurde nu - heel dom -
een vliegtuig met een atoombom.
De rat, die net aan een donut knaagde,
zag wat hem deze keer belaagde.
Hoofdschuddend rende hij in een diep gat
waar hij van een appel at.
De bom viel en het vliegtuig vloog weg,
en weer had de generaal veel pech.
De rat zat diep onder de grond
en werd niet eens door een splinter verwond.

Van de stad stond er nu niets,
geen huis, geen boom, niet eens een fiets!
Waar de stad lag, ligt nu een grote krater,
die langzaam wordt gevuld met water.
En wie dreef daar op een plank in ’t rond?
De rat, met broccoli in zijn mond!
Bedaard peddelde hij naar de kant
en toen hij daar was aangeland,
rende hij op de domme generaal af.
Die stond toen echt volledig paf.

En tot ieders verbazing toen,
sprak de rat: “Wat nu te doen?
Ik heb mijn lol nu wel gehad
en de stad is een gapend gat.
Alleen omdat ik wilde eten?
Nou, dat heb je dus geweten.
Of omdat ik vies en vet zou zijn?
Kijk eens naar mijn slanke lijn.
En weet dat ik mij dagelijks lik en was,
dus “vies” geeft hier totaal geen pas.
Of was het vanwege mijn kale staart?
Was dat al deze vernietiging waard?
Of simpelweg, was het misschien
omdat jullie mij niet aan kunnen zien?”

De mensen keken heel erg sip,
de politie raakte in een dip.
Het leger bood excuses aan,
en stelde voor naar een restaurant te gaan.
De luchmacht was ook niet erg blij
en de generaal stond er heel stil bij.
De rat keek rond en wat hij zag,
bezorgde hem de slappe lach.
“Het is toch eigenlijk heel erg raar,
dat ik de bron ben van die krater daar.
Ach mensen, kijk eens om je heen,
gaat dit nu niet door merg en been?
Jullie gunden mij geen leven
en wat heeft dat jullie gegeven?
Leer eens in harmonie te zijn
met de Aarde en veroorzaak geen pijn
louter alleen omdat iets niet gaat
zoals het jullie voor ogen staat.”

Dit gezegd, draaide de rat zich om
en vertrok met stille trom.
De moraal? Zelfs een kleine rat
krijgt een halve beschaving plat.

Ptarn

27-02-2006

ptarn

Geregistreerd op:
15 januari 2006

Uit: Spijkenisse

Beoordeling

Leden (8):

5.8

Gedichtenlog werkt aan een update, inloggen is daarom niet mogelijk.