Terug naar gedichten
Pantarheien en tijdreizen
ik pantarhei mijn eigen tijdreis
van het leven door, totdat
de stroom ophoud te bestaan
dan zal ik moeten overleven
door rivieren gaan en grasgroen
eten in de tuin van morgen
bestaand gelijk en wachtend
op de dag dat water, later
zwarter is dan duizendmaal
de dode zee waarin ik zwom
om tijd te winnen, reizend
naar de wind bewolkt van spijt
waar leven oogst in winter
en ik de zomer zoek langs
beken zonder stroom
nog nooit gehoord van kind
genieten, belast een vlam
in mijn bekrompenheid
tot aan het laatste uur
dan tijdreis, pantarhei ik
hoog en laag in hunkering
en honger, het trillen van
mijn ziel geluidloos dragend
als de ochtend van augustus
valt en ik mijn koffers pak