Terug naar gedichten
Hopeloos
Ik leef stoeptegels
bij de zevende stap
ontwijk ik sloten
waar oeverloze zwammen
sporen achterlaten
van Roddel en Achterklap
Terwijl jij tussen
lantaarnpalen zwerft
op zoek naar de juiste lichtval
bouw ik hoog in de boom
met huismussen
ons liefdesnestje op
De wandelende tak
kerft twee harten in de stam
tot Cupido zijn pijlen afschiet
en er splinters rondvliegen
van onze nieuwe buurman
je kunt niet met de kraan
open dweilen
Ik klop stof af
en ween dat schepen vergaan
Amanda
