Terug naar gedichten
Mijn hart
Ergens in een diep dal,
diep onder de grond begraven,
met een grote hoop stenen erop,
daar ligt mijn hart.
Mijn hart die ik er zelf heb neergelegd,
omdat hij daar meer rust zou hebben.
Mijn lichaam loopt nu rond,
rond zonder hart.
Mijn hart ligt verstopt op een plaats die niemand ooit zal vinden,
zo is het en zo blijft het.
Mijn hart ligt verstopt,
zodat niemand het ooit zou vinden.
Zo wil ik het hebben,
zo hoort het te zijn.
Af en toe,
als ik over de plaats van mijn hart loop,
voel ik het kloppen,
voel ik de grond onder mij trillen.
Mijn hart geeft een teken,
een teken van ik wil terug.
Maar nooit zal ik het terug nemen,
altijd zal mijn hart rusten,
rusten diep onder de grond.
