Terug naar gedichten
Is het koud boven?
Denkend aan Holland
zag ik brede rivieren
Traag door oneindig
laagland gaan.
Ik keek om me heen
en zag niks.
Was ik blind
of zag ik de oneindigheid?
Ik keek omlaag
en zag alles.
Was ik arrogant
of alleen maar lang?
Was mijn duisternis
slechts een schaduw?
Hoe kon ik zo lang
en zo diep dalen?
Ik keek omhoog
en zag het licht.
Ik was onder
en alles was boven.
Zijn het eenzame toppen
in een plat calvinistisch land?
Of leven we
in één groot dal?
De geest
die traag stroomt
Eindigend
in de Noordzee.
Tegen wil en dank
zal ik zwemmen
Als een zalm
die stroomopwaarts
Wil paren
en leven.
Ik zal overwinnen
en beseffen
Dat in alle gewesten
de stem van het water
Met zijn eeuwige rampen
zal worden gevreesd en gehoord.
