Terug naar gedichten
Na de onweersnacht
alsof licht zou kunnen geuren
naar wierook van het beukenblad
kringelend tussen houten zuilen
van stof ontdaan door ziedend nat
alsof gedachten konden flitsen
bliksemen in de nacht
zuiver, fris als water
dauwdruppels zo zacht
geen donderwolk meer te bespeuren
geen klauw meer om mijn hart
geen zeur uit het verleden
of wat me wakker hield vannacht
