Terug naar gedichten

Mijn gedachten 2

Een vervolg op 'Mijn gedachten'

Ik ben ooit met Fenna op reis mogen gaan,
Naar een heel ander leven.
Het was zo mooi,
Ik moest mijn leven een andere wending geven.

Met al mijn kracht heb ik dat ook gedaan,
Even was ik helemaal alleen,
Dacht dan telkens aan de woorden van Fenna,
zodat ik mijn moed niet verdween.

Fenna vaak heb ik je hulp gevraagd
De weg was moeilijk te vinden.
Op de reis die ik was begaan
Waren weinig mensen die mij beminden.

De wind waaide hard,
De zon kwam zelden door.
Doordat jij me niet kwam helpen,
gebeurde het dat ik het geloof verloor.

Angstig had ik me daarbij neergelegd
Vastgehouden in rusteloosheid
Hebben mijn ogen zich gesloten
Mijn blik vernauwd en niet verwijd

Balancerend bij een afgrond,
Een klein hoopje zielig mens
Met een voet in de duisternis
Hoorde jij mijn wens.

Gefaald, gebroken
Had jij mij zien gaan.
In mijn onschuld,
Had ik me van jou kleed ontdaan.

Ik had de strijd al opgegeven,
Zag de sterren niet meer stralen.
In mijn innerlijke duisternis,
Voelde ik jou weer op mijn schouders dalen!

Op een hoge golf van emoties,
Liepen tranen over mijn gezicht.
Van alle sterren die niet meer straalden
Verscheen jij als enige licht.

Mijn lichaam voelde zo zwaar,
Van alles wat ik had moeten dragen.
Kreeg ik van jou het verlossende woord,
Dat ik je nog eens om hulp mocht vragen.

In het aardse leven was het winter,
Voelde alles zo koud.
Mocht ik alleen nog zilver aanschouwen,
Terwijl ik wist van het bestaan van goud.

Mensen op mijn pad had ik mogen helpen,
Mijn lichaam als instrument
Had ik mijn gevoel verloren
Was ik er telkens weer voor weggerend.

Niet alles was fout gegaan,
Mijn intentie was goed geweest.
Was alleen telkens gevlucht
Voor alles wat ik had gevreesd.

Nu was mijn tijd gekomen,
haar zachte handen rustend op mijn hoofd.
Liet ze mij nog een keer zien, waarin ik had geloofd

Ze nam mij niet meer zo ver terug
In tijd alleen vanaf onze eerste ontmoeting
Doch jet opende in mij alle deuren
Tussen hart en ziel ontstond een nieuwe begroeting.

In mij kwam iets samen,
Aangewakkerd door Fenna?s warme lach
Voelde ik dat ik door deze harmonie
Het leven alweer anders zag.

Voor de mensen om mij heen,
Leek het alsof ik hoog op de ladder klom
Zagen echter niet
Hoe vaak ik hulpeloos in het diepe zwom.

In de buitenwereld mocht ik uitblonken,
Maakte dat ik duidelijk groeide
In mijn binnenwereld werd het steeds zwaarder
Waardoor ik stroomafwaarts roeide.

Echter Fenna hield mijn bootje tegen
Zorgde voor een andere stroming
Voor al mijn gedane pogingen
Verdiende ik deze beloning.

Fenna beantwoorde mijn vragen niet met woorden
Stak op elke duistere plek een kaarsje aan
Vormde zo een warme tunnel
Waarin ik aan het einde mijn toekomst zag staan.

Wuivend, met een ontroerende blik in zijn ogen
Liet hij mij voelen dat ik komen mocht
Samen met Fenna zou hij mij helpen
Naar het licht dat ik ogenschijnlijk zocht

Met een zachte zoen op mijn voorhoofd
Merkte ik dat Fenna weer verdween
Als een laatste duwtje in de rug
Zag ik dat de helpende hand verscheen

Een klein stukje hemel woonde nu in mij
Samen met het aardse een intense relatie
Verwonderde mij het gevoel
Van deze perfecte combinatie

Met nieuwe moed, meegaande wind
Sterren die opnieuw durven stralen
Met zoveel steun en liefde
Mag ik het beste uit het leven halen

Opnieuw dank want
Geen grens tussen beneden en boven
Nu tevens geen grens tussen verleden en toekomst
Overtuigd dat ik mag blijven geloven!

Danielle

26-07-2003

Danielle

Geregistreerd op:
20 februari 2002

Beoordeling

Leden (0):

4.7

Gedichtenlog werkt aan een update, inloggen is daarom niet mogelijk.