Terug naar gedichten
Terug naar af
Wie klopte er en aan wiens deur?
Wie liet ons deze kamer binnen?
In welk wonder heb ik mij begeven
en wie vertelt me eens waarvoor?
In dromen ken ik wel mijn plaats,
is mijn rol zoveel duidelijker,
de jouwe beslist functioneler;
de beloning het wonder zelf.
Maar het daglicht vraagt me welk spel
speelt wie met wie? Met welke reden?
Zijn de draden met opzet zo gestrikt?
Om te dwingen tot ontwarring?
