Terug naar gedichten
Oost, west
Aan de kassa
zit een jonge vrouw
ze draagt
een lelieblanke hoofddoek.
Ze heeft een mooie hand,
de hand waarmee
ze de artikelen die ze heeft
aangeslagen op de kassa
naar je toeschuift.
Je staat bij het winkelwagentje
en tilt de dozen wijn
als kinderen er in.
Als je weer thuis bent
moet je denken aan die hand
hoe vaak zien wij niet
lichaamsdelen, openbare lichaamsdelen.
Wij zijn wel net zo vaak
in de buurt van niet
openbare lichaamsdelen,
waarover jij dus niet zou moeten schrijven
maar die hand deed je denken
aan lichaamsdelen die je niet mag zien,
zo delicaat was die hand.