Terug naar gedichten
Dromen van een onnozele
Als hij komt,
dan met de stormvogels uit het zuiden,
zodat ik thuis ruik in de plooien van zijn huid.
De straatkinderen van zuster Odulpha
ingewikkeld in de rimpels trik- trak zie spelen.
Pannen vol hutspot zal ik maken, een, twee, drie,
tikkertje verlos.
Wij zullen zwijgend samen eten
de stilte zal stoeptegels schrijven
weten van
en …Ja.
In de theebladeren bedrijven we de toekomst.
Tatoeëren “moeder is de mooiste, ” op elkanders lijf, gisteren is kandij en zoete peperkoek.
We bevrijden het bokkige steenkonijntje
dromen van
en…Ja.
…Ze leefden nog lang en gelukkig.
11 februari 2007 Amanda Visch